FCI-Standaard Nr.: 228 d.d. 12.12.2011.

Afghaanse Windhond - Rasstandaard

FCI-Standaard Nr.: 228 d.d. 12.12.2011.
Land van afkomst: Afghanistan
Patronaat: Groot Brittannië
Datum publicatie oorspronkelijk van kracht zijnde standaard: 13.10.2010
Gebruik: Windhond

FCI-classificatie:
Groep 10, Windhonden
Sectie 1, Langharige of bevederde windhonden
Zonder werkproef

Korte historische samenvatting:
De eerste Afghaanse Windhonden arriveerden in Engeland in de vroege jaren na 1900 en één, genaamd Zardin, won op spectaculaire wijze de Crystal Palace Show te Londen in 1907. Het ras staat ook bekend als Tazi, hierdoor de gelijkenis ondersteunend met een Russisch ras van die naam. Als één der typische windhonden op deze wereld is de Afghaan, die -zoals de naam impliceert- afkomstig is uit de bergen van Afghanistan, een jachthond die wil jagen wanneer hem de gelegenheid wordt gegeven. Heden ten dage ook een glamoureuze showhond die kracht en waardigheid moet combineren met een lange, zijdeachtige vacht maar tevens een oriëntaalse expressie moet tonen.

Algemene verschijning:
Geeft de indruk van kracht en waardigheid in combinatie met snelheid en macht. Het hoofd wordt trots gedragen.

Gedrag/temperament:
De oosterse of oriëntaalse uitdrukking is kenmerkend voor het ras. De Afghaan kijkt naar en door iemand heen. Waardig en gereserveerd met een zekere vurige onstuimigheid.

Hoofd Schedelgedeelte:
Schedel: Lang, niet te smal met een duidelijke achterhoofdsknobbel. Goed van verhoudingen en bedekt met een lange kuif.
Stop: Gering.

Aangezichtsgedeelte:
Neus: Bij voorkeur zwart, de leverkleur is geoorloofd bij lichtkleurige honden.
Snuit: Lang, met geduchte kaken.
Kaken/Tanden: Sterke kaken met een uitmuntend, regelmatig en compleet schaargebit waarbij de bovenste snijtanden de onderste snijtanden nauw overlappen en haaks op de kaken zijn geplaatst. Tanggebit toegestaan.
Ogen: Bij voorkeur donker maar goudkleur is niet uitgesloten. Bijna driehoekig, enigszins schuin oplopend van de binnenste naar de buitenste ooghoek.
Oren: Laag en goed naar achteren aangezet, dicht tegen het hoofd gedragen. Bedekt met lang, zijdeachtig haar.

Nek:
Lang, krachtig en met trots gedragen hoofd.

Lichaam:
Rug: Horizontaal, matig lang, goed bespierd.
Lendenen: Recht, breed en tamelijk kort.
Croupe: Licht aflopend naar de staart. Heupbeenderen tamelijk uitgesproken en breed uiteen.
Borst: Een behoorlijke ribwelving en goede diepte.

 

Staart:
Niet te kort. Laag aangezet met een ring aan het eind. In actie hoog gedragen. Spaarzaam bevederd.

Ledematen: 
Voorhand:
Schouders: Lang en schuin, goed naar achteren geplaatst, goed bespierd en krachtig zonder beladen te zijn.
Opperarm: Lang en schuin
Ellebogen: Van de zijkant af gezien verticaal onder de schoft. Dicht tegen de borstkas, noch naar binnen, noch naar buiten draaiend.
Voorbenen: Recht en met stevige botten. 
Middenvoeten: Lang en veerkrachtig.
Voorvoeten: Sterk en zeer groot zowel in lengte als in breedte en bedekt met lang, dicht haar; tenen gebogen. Voetkussens goed op de grond geplaatst. 
Achterhand: Algemene indruk: Krachtig. Grote lengte tussen heup en hak met betrekkelijk korte afstand tussen hak en voet.
Knieën: Goed gehoekt en goed geplaatst.
Achtervoeten: Lang maar niet zo breed als de voorvoeten en bedekt met lang, dicht haar. Voetkussens goed op de grond geplaatst.

 

Gangwerk/Beweging:
Vloeiend en veerkrachtig met veel allure.

Vacht:
Haar: Lang en erg fijn van structuur op de ribben, voor- en achterhand en flanken. Bij volwassen honden van de schouder af naar achteren en over het zadel, kort en dicht haar. Lang haar van het voorhoofd af naar achteren met een kenmerkende zijdeachtige kuif. Op de snuit kort haar. Oren en benen goed behaard. De middenvoeten mogen kaal zijn. De vacht moet op natuurlijke wijze ontwikkeld zijn. Elke aantoonbaarheid van knippen of scheren moet worden bestraft.

Kleur:
Alle kleuren toegestaan.

Maat:
Ideale schofthoogte:
reuen 68-74 cm
teven 63-69 cm

Fouten:
Elke afwijking van de voorgenoemde punten moet worden beschouwd als een fout en de ernst waarmee de fout moet worden beoordeeld moet in juiste verhouding staan tot de mate ervan en het effect op de gezondheid en het welzijn van de hond.

Diskwalificerende fouten:
* Agressieve of te schuwe honden * Elke hond die duidelijke lichamelijke- of gedragsafwijkingen toont, moet worden gediskwalificeerd.

N.B.:
* Reuen moeten twee duidelijk normale en geheel in het scrotum afgedaalde testikels hebben.
* Uitsluitend functioneel- en klinisch gezonde, rastypische honden mogen voor de fok worden ingezet.